TEL 06-811 38 264

TIP BODEM VERBETEREN

Jarenlang gewoon gebruik zorgt voor verdichting en uitputting. Lopen over het gazon, afvoeren van grasmaaisel, chemische bemesting kunnen de bodem verdichten en uitputten. Planten groeien niet meer. (Bij nieuwbouw woningen is de bodem vaak zeer slecht, dit vergt een drastischere aanpak). Ten eerste; wat kenmerkt een gezonde bodem?

EEN GEZONDE BODEM

De optimale grondsamenstelling is 25% zuurstof, 25% vocht, 5% organische stof, schimmels en bacteriën en 45% basis materiaal (de grondsoort zelf). Het is donker van kleur, ruikt zoet, perst zich in een losse klomp in je hand als het vochtig is en zit boordevol regenwormen.

EIGENSCHAPPEN BODEM

Deze worden bepaald door de grondsoort, de vochtconditie, de zuurgraad, de voedselrijkdom, het bodemleven en het humusgehalte. Elk van deze factoren hebben invloed op de groei van de planten en bomen.

Over onze bodem kun je een boek vol schrijven, maar ik heb hierbij getracht alles zeer beknopt weer te geven in begrijpelijke taal. Direct een oplossing is altijd fijn, dus hierbij.

VOOR ALLE BODEMTYPES GELDT: VOEG ORGANISCH MATERIAAL TOE!

Zandige bodems nemen beter vocht op en houden voedingsstoffen vast. En magisch genoeg zorgt organisch materiaal voor lucht en drainage van klei- en leembodems. (Uiteraard zijn er uitzonderingen als borders met planten die van droogte en voedselarme bodem houden). O ja, geeeeeen kunstmest, dan breek je al je goede werk af. Je mag hier stoppen met lezen, maar als je meer wilt weten, lees gerust verder.

WAT IS DAT ORGANISCH MATERIAAL?

Materiaal dat afkomstig is van levende organismen; planten en dieren, waarmee planten zich voeden (ook wel mulch genoemd). Organisch materiaal wordt door o.a. regenwormen in de grond gebracht, waar andere organismen zoals schimmels en bacteriën het omzetten in humus. Ieder jaar herhaalt deze cyclus zich, daarom is het noodzaak jaarlijks organisch materiaal toe te voegen. Net als bij menselijke voeding is combineren essentieel. Zorg voor een goede mix/verhouding.

Dus nu praktisch, wat te doen;
1 Goed nieuws, lekker niets doen. Laat al het organisch materiaal wat je in de eigen tuin aantreft gewoon liggen. Niet in de groenbak doen. Snoeiafval mag ook fijn tussen de planten. Groter snoeiafval als takken kun je verwerken als takkenril waar vogels in kunnen nestelen of versnipperen en dan weer tussen de planten. Let alleen op met blad van een eik en notenbomen, deze alleen toevoegen in combinatie met ander blad.

2 Compost is een donkerbruin tot zwart, kruimelig product dat bestaat uit plantaardige resten zoals (niet gekookte) groenten, fruitschillen, grasmaaisel, bladeren en snoeihout die door micro-organismen bijna tot humus zijn afgebroken. Het wordt snel opgenomen door de bodem. Dit kun je doen met een eigen composthoop. Maar gelukkig kun je goede compost ook kopen bij biologische kwekers.

3 Grasmaaisel: Niet in de groene bak, maar strooi het tussen de planten. Lekker makkelijk. Wel opletten dat het wat kan doorluchten, want schimmels en worden hebben ook lucht nodig.

4 Oude (paarden) stalmest of champignonmest

5 Stro wordt vaak gebruikt in moestuinen

6 Voeg organische meststoffen toe. Deze zijn opgebouwd uit natuurlijke grondstoffen (van plantaardige of dierlijke oorsprong). Bijvoorbeeld beender-, bloed-, en verenmeel, cacao, soja, vinasse, natuurfosfaat, kieseriet, kalk, bentoniet, algen en wieren.

7 Houtsnippers is een mengsel van makkelijk en moeilijk afbreekbare materiaal. Het verteert langzamer, maar verhoogt het humusgehalte goed. Let op; een te dunne laag kunnen de snippers uitdrogen. Onder heesters is een laag van 5cm aan te bevelen en onder bomen 10cm.

8 Koffieprut; dat zit vol kalium, stikstof en fosfor. Niet teveel en goed verspreiden.

Grondtextuur: zand, leem of klei?

De textuur is de verhouding bodemdeeltjes van verschillende formaten. De invloed van de textuur op de fysische bodemeigenschappen is groot. Hoe kleiner de deeltjes, des te groter hun totale buitenoppervlakte waarmee ze water en voedingsstoffen kunnen vasthouden. Tussen grotere deeltjes is bijvoorbeeld meer ruimte. De beste bodemtextuur bestaat niet uit allemaal middelgrote deeltjes, maar uit een evenwichtige mix. Aan de verschillende texturen zitten voor- en nadelen verbonden. Er bestaan nog veel meer (overgang)vormen zoals:  veengrond, zavelgrond, zandige klei, leemhoudend zand, veenhoudende klei, enz. Het is fijn om te weten welke tuingrond aanwezig is i.v.m. verbeteren en het afstemmen van de beplantingskeuze.

ZANDGROND

-0.05 tot 2 mm, zichtbaar met oog
-Zuurgraad: 5,7-6,3
-Voelt korrelig aan, losse structuur
-In droge toestand stoffig
-Vocht of nat; makkelijk bewerkbaar
Voordeel
-Makkelijk bewerkbaar
-Warmt in de lente snel op
Nadeel
-Omdat het water snel wegspoelt, worden alle voedingsstoffen ook uitgespoeld. –> arme bodem

VERBETEREN:
Bij een zandgrond is het verstandig om met Bentoniet het vochtvasthoudend vermogen te vergroten. Altijd in combinatie met organisch materiaal en micromechanismen.

LEEMGROND

-0.002 -0.05 mm, niet meer zichtbaar
-Zuurgraad: 7-7,6
-Voelt zijdeachtig aan tussen de vingers
-In droge toestand zeer stoffig
-Vochtig of nat; moeilijker te bewerken
Voordeel
-Vrij veel tot veel organisch materiaal
-Vocht vasthoudend
-Vormt zelden kluiten
-Organisch materiaal breekt gemidd. snel af
Nadeel
-Warmt in de lente enigszins traag op
-Erosiegevaar door water en wind
Ook te veel leem kan drainageproblemen veroorzaken.

VERBETEREN:
Een jaarlijkse mulchlaag van organisch materiaal houdt leemgrond in goede conditie.

KLEIGROND

– 0.002, niet zichtbaar
-Zuurgraad: 7,5-8
-Voelt glad en kleverig aan.
-In droge toestand hard of cementachtig
-Vochtig of nat; niet meer te bewerken
Voordeel
-Veel organisch materiaal, vol voeding
-Organisch materiaal breekt langzaam af
-Gering erosiegevaar in winderig gebied
-Bij goede structuur geringe kans op water-erosie
Nadeel
-Water zakt niet weg – verdichting
-Warmt in de lente traag op
-Bij slechte structuur water-erosie

VERBETEREN:
Strooi basaltmeel of lavameel, dat is een gesteente in fijne korrel die ervoor zorgt dat de zware kleigrond luchtiger wordt. Altijd in combinatie met organisch materiaal en micromechanismen. Indien nodig kalk toevoegen.