TEL 06-811 38 264

VLINDERS EN BIJEN

Met de bijen en de vlinders ( alle insecten) gaat het niet zo goed, zachtjes gezegd. Hoewel tuinen geen vervanging  zijn voor het leefgebied van insecten, is onze tuin goede aanvulling op de natuur. Een natuurvriendelijke tuin staat vol nectarplanten en biedt nestelgelegenheid. Is daarvoor een hele tuinmetamorfose nodig? Welnee, met een aantal vrij eenvoudige aanpassingen kan veel bereikt worden.

TIPS

1 Nectarrijke planten verdeelt over seizoenen
2 Mix van bomen en struiken
3 Ruim niet op, laat alles liggen tot einde winter
4 Zorg voor nestgelegenheid, leg een plek aan voor dood hout en wees niet al te netjes
5 Laat een stuk gazon verwilderen
6 Tuinier gifvrij: vermijd bestrijdingsmiddelen
7 Maak een composthoop
8 Plaats een insectenhotel (zonnig en droog)
9 Geen schutting, maar een haag waar insecten beschutting kunnen zoeken, want vlinders en andere insecten zijn koudbloedig, warme beschutte plekjes zijn dus belangrijk. Lekker opwarmen uit de wind en in de zon kan bijvoorbeeld in de beschutting van een haag.
10 Vlinders en bijen zijn gek op bloeiende kruidenhoekjes met rozemarijn, lavendel, kattenkruid, marjolein, tijm, of venkel.

NESTELGELEGENHEID

In de winter zijn er geen bloemen en is het te koud om uit te vliegen. Honingbijen overwinteren als kolonie . Wilde bijen sterven voor de winter, alleen hun nakomelingen overwinteren. Dus naast voldoende voedsel willen hebben wilde bijen een plekje nodig om te nestelen. Niet alle bijensoorten doen dit op dezelfde manier. Sommige soorten graven holletjes in de grond. Dit doen ze graag op kale of spaarzaam begroeide plekken waar de zon de bodem heeft opgewarmd. Of in voegen tussen tegels. Anderen kruipen graag weg in dode stammen en takken of in een insectenhotel.
Ook vlinders gaan in winterrust. De meeste vlinders in Nederland brengen de winter door als eitje, rups of pop. Sommige vertrekken naar het zuiden. Toch zijn er ook een aantal die overwinteren als vlinder. Vroeg in de lente zijn het dus ook deze vlinders die zich het eerst weer laten zien. Veel van de natuurlijke leefomgevingen voor vlinders verdwijnen, dus let naast de plantkeuze ook op naar de gelegenheid voor vlinders om te nestelen. Struiken kunnen ook goed over deze eigenschappen beschikken.

BEPLANTING

Uiteraard zijn bloemen de hoofdmoot, maar ook klimplanten, bomen en heesters leveren een belangrijke bijdrage. Bijvoorbeeld Hedera geeft in de zomer gelegenheid voor vlinders om te schuilen voor de regen en in de winter een plek om droog te kunnen overwinteren.

Maar nu terug naar de bloemen, wat hebben vlinders & bijen nodig?

  • Bijen hebben nectar en stuifmeel nodig. Hun energie halen ze uit nectar, dit hebben ze nodig om te kunnen blijven bewegen en het broednest te verwarmen. Het stuifmeel dat ze verzamelen is bedoeld voor om de bijenlarven te voeden. Het is een echte bouwstof voor bijen. Voor een gezonde, voedzame maaltijd hebben bijen een gevarieerd aanbod aan stuifmeel nodig.
  • Het belangrijkste voedsel voor vlinders is nectar. Een stroperig vocht dat ze uit bloemen halen. In nectar zitten suiker en kleine hoeveelheden eiwitten en vitamines. Vooral de vrouwtjes hebben dit nodig om eitjes aan te maken. Vlinders zijn ook gek op rottend fruit, in het najaar zijn zij om deze reden dan ook vaak te vinden in boomgaarden. Een paar rotte appels en pruimen in de tuin trekken vlinders dan ook gauw aan.

Conclusie
Vooral met veel verschillende, bloeiende planten maak je vlinders en bijen blij. Zorg ervoor dat er zo lang mogelijk bloeiende bloemen aanwezig zijn, van verschillende plantenfamilies. Het liefst van het vroege voorjaar tot de late herfst.

NECTARRIJKE BEPLANTING

Voorjaar
In de lente zijn bijen blij met bolgewassen als sneeuwklokjes, krokusjes, sneeuwroem, blauwe druifjes en kievitsbloemen
Aubrieta – Blauwkussen
Ajuga reptans – Zenegroen
Lunaria annua – Jjudaspenning
Pulmonaria – Longkruid

Zomer
Echinops – Kogeldistel
Echinacea – Zonnehoed
Eupatorium – Koninginnekruid
Lavandula angustifolia – Lavendel
Liatris – lampenpoetser
Lythrum salicaria – Grote kattenstaart
Leucanthemum vulgare – Gewone margriet
Nepeta – Kattenkruid
Prunella grandiflora – Bijenkorfje
Salvia’s – salie
Saponaria officinalis – Zeepkruid
Solidago – Echte guldenroede
Verbena bonariensis – IJzerhard
Veronica longifolia – Ereprijs

Herfst
Sedum – Vetkruid
Herfstasters
Crocus speciosus – Herfstkrokus
Helleborus – Kerstroos

Winter
Erica carnea – Winterheide
Lonicera fragrantissima – Winterkamperfoelie

Vlinders en bijen zijn gek op bloeiende kruidenhoekjes met rozemarijn, lavendel, kattenkruid, marjolein, tijm, of venkel.

Heesters
Buddleia – Vlinderstruik
Caryopteris clandonensis – spirea
Calluna vulgaris – struikheide
Clethra alnifolia – Schijnels
Hebe – struikveronica
Hedera – Klimop
Lonicera periclymenum – Kamperfoelie
Ligustrum vulgare – Liguster
Mahonia
Perovskia atriplicifolia- Russische salie
Parthenocissus – Wilde wingerd
Sarcococca – vleesbes

Bomen
Niet alleen vaste planten en heesters trekken de aandacht van de bijen, ook bomen kunnen echte lokkers zijn.
Sophora japonica – Honingsboom
Tilia henryana – Gewimperde linde
Koelreuteria paniculata – Chinese vernisboom
Rhamnus Frangula – Vuilboom

Buddleja – vlinderstruik