Hoe maak je jouw tuin aantrekkelijk voor dieren? Praktische tips voor een levende tuin.

Maak van je tuin een levende tuin: zo trek je dieren aan

Een tuin is zoveel meer dan een mooie plek om te zitten. Het is ook een leefomgeving voor allerlei dieren. Van regenwormen en vlinders tot vogels en egels: ze spelen allemaal een rol in het leven in de tuin. Wil je meer dieren naar je tuin trekken? Dan draait het om meer dan alleen een paar bloemen planten of een vogelhuisje ophangen.

Een levende tuin begint bij een goed ecologisch evenwicht, voldoende voedsel en een gevarieerde leefomgeving.

Als ecologisch tuinontwerper en beplantingsspecialist kijk ik daarom niet alleen naar de uitstraling van een tuin, maar ook naar de rol die de beplanting en de inrichting kunnen spelen voor de natuur. En het mooie is: daarvoor hoef je geen wilde tuin aan te leggen. Ook een moderne, strakke of luxe tuin kan aantrekkelijk zijn voor dieren. Het gaat om de keuzes die je maakt in het ontwerp.

Welke dieren leven er in een natuurlijke tuin?

In een tuin komen allerlei dieren voor die samen een voedselweb vormen. Planten bieden voedsel en beschutting aan insecten en andere planteneters. Die dieren zijn op hun beurt weer voedsel voor vogels, amfibieën en kleine roofdieren. Zo hangt het leven in de tuin met elkaar samen. Hoe beter de leefomgeving aansluit bij de behoeften van verschillende dieren, hoe meer ruimte er ontstaat voor biodiversiteit. Je kunt de dieren in de tuin grofweg in vier groepen verdelen.

BODEMDIEREN

De onzichtbare helpers van je tuin

Onder onze voeten bevindt zich een wereld vol leven. Regenwormen, pissebedden, springstaarten, duizendpoten, mijten en allerlei kevers leven in of op de bodem. Ze helpen bij de afbraak van afgestorven plantenmateriaal en dragen bij aan de kringloop van voedingsstoffen. Regenwormen maken bovendien gangen waardoor water en lucht beter in de bodem kunnen doordringen. Deze kleine dieren zijn misschien niet altijd zichtbaar, maar ze zijn van grote waarde voor een gezonde bodem en een goed functionerende tuin.

Planteneters

Voedsel voor de volgende schakel

Planteneters voeden zich met bladeren, wortels, nectar, stuifmeel of zaden. Het is een grote en gevarieerde groep, met onder andere vlinders, bijen, hommels, kevers, vliegen, rupsen, sprinkhanen en slakken. Veel insecten spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van planten. Andere dieren eten bladeren of zaden en vormen daarmee een voedselbron voor vogels en andere dieren.

Rupsen zijn bijvoorbeeld belangrijk als voedsel voor vogels die hun jongen grootbrengen. Ook daarom is het waardevol om niet alleen naar bloemen voor volwassen insecten te kijken, maar naar de volledige levenscyclus van dieren.

De kleine jagers

Natuurlijke bewoners met een functie

Kleine jagers eten onder andere insecten, slakken en andere kleine dieren. Denk aan spinnen, lieveheersbeestjes, sommige kevers, vogels zoals mezen en merels, en amfibieën zoals kikkers en salamanders.

Egels eten onder meer verschillende ongewervelden, waaronder insecten en slakken.

Deze dieren zijn afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende voedsel én geschikte plekken om te schuilen, te rusten en zich voort te planten.

Grotere jagers

Onderdeel van het grotere geheel

Ook grotere roofdieren kunnen deel uitmaken van het voedselweb rondom een tuin. Denk aan sperwers die kleine vogels vangen en uilen die onder andere muizen eten.

Hoe groter het roofdier, hoe meer leefruimte en voedsel er doorgaans nodig zijn. Daarom zijn grotere jagers niet vanzelfsprekend vaste bewoners van iedere tuin.

Een gezonde tuin hoeft overigens niet alle dieren zelf te herbergen. Ook de verbinding met andere tuinen en het omliggende landschap speelt een rol.

Hoe trek je dieren naar je tuin?

Wil je van je tuin een aantrekkelijke leefomgeving voor dieren maken? Dan zijn er vijf belangrijke uitgangspunten: voedsel, voortplanting, veiligheid, vocht en variatie.

1 voedsel

Voldoende aanbod van voedsel, nectar, zaden en bessen gedurende het hele jaar door.

2 Voortplanting

Schuilplekken, nestkasten en broedgelegenheden om veilig jongen groot te brengen.

.

3 Veiligheid

Bescherming tegen roofdieren, gure weersomstandigheden ziekten en gevaren zoals verkeer

4 Vocht

Aanwezigheid van drinkwater, badwater of een vochtige biotoop

5 Variatie

Toegang tot verschillende soorten voeding en variatie in de leefomgeving, evenals groene verbindingsroutes naar andere natuurgebieden

1 Voedsel: zorg het hele jaar door voor iets te eten

Dieren hebben voedsel nodig om te groeien, energie op te doen en zich voort te planten. Welke voeding ze nodig hebben, verschilt per soort en per levensfase. Met een doordacht beplantingsplan kun je ervoor zorgen dat er gedurende een groot deel van het jaar voedsel beschikbaar is. Denk aan nectar, stuifmeel, zaden, bessen, vruchten en insecten die op de planten leven.

Een opeenvolging van bloeiende planten door de seizoenen heen wordt ook wel een bloeiboog genoemd.

Praktische tip: kijk bij het maken van een beplantingsplan niet alleen naar de bloeiperiode en de kleur van bloemen. Kijk ook naar de voedselwaarde van planten, de zaden die ze vormen, de vruchten die ze dragen en de insecten die erop leven.

Lente: de eerste voedselbronnen

In het vroege voorjaar komen verschillende insecten weer tevoorschijn en gaan ze op zoek naar voedsel. Bloeiende planten zijn dan extra waardevol, zeker wanneer er nog weinig andere voedselbronnen beschikbaar zijn. Denk aan vroegbloeiende bloembollen, wilgen en andere vroegbloeiende bomen en struiken. Ook planten zoals duizendblad en margriet kunnen een plek krijgen in een beplanting die gedurende het seizoen steeds iets anders te bieden heeft.

Insecten zijn op hun beurt een belangrijke voedselbron voor vogels. Vooral wanneer vogels jongen hebben, is voldoende insectenaanbod van groot belang

Zomer: bloemen, insecten en zaden

In de zomer is er vaak volop leven in de tuin. Veel planten bloeien en trekken insecten aan.

Kijk niet alleen naar de bloemen, maar ook naar wat er gebeurt wanneer een plant is uitgebloeid. De zaadhoofden van bijvoorbeeld zonnebloemen, teunisbloem, dropplant en kaardebol kunnen voedsel bieden aan zaadetende vogels.

Laat uitgebloeide bloemen daarom waar mogelijk staan. Dat is niet alleen waardevol voor dieren, maar geeft de tuin ook structuur en karakter.

Herfst: bessen, vruchten en late bloeiers

In de herfst worden bessen en vruchten belangrijke voedselbronnen voor verschillende dieren.

Denk aan lijsterbes, meidoorn, braam, framboos en rozenbottels. Ook planten die laat in het seizoen bloeien, kunnen nog nectar en stuifmeel leveren.

Klimop is daarbij bijzonder waardevol. De bloemen bieden in het najaar voedsel aan insecten, terwijl de bessen later in het seizoen en in de winter door verschillende vogels worden gegeten.

Winter: ook dan valt er iets te halen

In de winter is er minder voedsel beschikbaar. Toch zijn er planten die juist in deze periode bloeien.

Denk aan winterbloeiende struiken zoals Viburnum × bodnantense, Lonicera fragrantissima en Sarcococca hookeriana. Ook winterbloeiende helleborussen en vroegbloeiende bolgewassen, zoals sneeuwklokjes en winterakonieten, kunnen bijdragen aan het seizoensaanbod.

Daarnaast zijn bessen en vruchten belangrijk. Met een combinatie van planten die op verschillende momenten bloeien of vruchten dragen, bied je dieren meer mogelijkheden om voedsel te vinden.

2 Voortplanting: geef dieren ruimte om zich te ontwikkelen

Dieren hebben plekken nodig om nesten te bouwen, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Ook insecten hebben geschikte plekken nodig om zich voort te planten. Nestkastjes, bijenhotels en egelverblijven kunnen daarbij helpen, mits ze geschikt zijn voor de betreffende diersoort en op een goede plek staan. Maar er is meer mogelijk.

Met dichte struiken, hagen en klimplanten creëer je plekken waar dieren zich kunnen verschuilen en nesten kunnen bouwen. Ook afgestorven plantenstengels en bepaalde holle of houtige plantendelen kunnen voor insecten waardevol zijn. Een tuin hoeft dus niet overal strak en opgeruimd te zijn. Door op sommige plekken ruimte te laten voor natuurlijke groei, ontstaan er meer mogelijkheden voor dieren.

3 Veiligheid: zorg voor beschutting en rust

Een dier heeft niet alleen voedsel nodig, maar moet zich ook veilig kunnen voelen.

Dichte beplanting biedt vogels en andere kleine dieren beschutting tegen weersinvloeden en mogelijke vijanden. Wintergroene struiken en hagen zorgen bovendien voor dekking wanneer veel andere planten hun blad verliezen. Heb je weinig ruimte voor een haag of struik? Dan kunnen klimplanten een uitkomst bieden. Klimop is bijvoorbeeld wintergroen en kan een waardevolle schuilplek vormen. Ook de manier waarop je de tuin onderhoudt, maakt verschil. 

Mijn advies: maak de tuin niet te netjes.

Het traditionele idee dat een tuin in de herfst helemaal winterklaar moet worden gemaakt, is vanuit ecologisch oogpunt niet wenselijk. Dieren zijn juist gebaat bij afgestorven planten, blad en dood hout.

 

Laat daarom waar mogelijk bladeren in de borders liggen, laat uitgebloeide planten staan en knip niet alle stengels in het najaar af. Je kunt ook wat bij elkaar geveegd blad onder struiken leggen.

Maak daarnaast een klein rommelhoekje met takken, bladeren of enkele stukken dood hout. Zulke plekjes kunnen schuil- en overwinteringsmogelijkheden bieden aan verschillende dieren.

Kikkers, padden en salamanders zoeken bijvoorbeeld geschikte vochtige, beschutte plekken om te overwinteren. Egels hebben eveneens behoefte aan veilige rust- en overwinteringsplekken.

Je hoeft daarvoor geen grote oppervlakte vrij te maken. Juist een paar bewust gekozen plekken kunnen een waardevolle aanvulling zijn op een verder strak ontworpen tuin.

4 Vocht: zorg voor water en vochtige plekjes

Water is onmisbaar voor het leven in de tuin. Vogels, zoogdieren en veel insecten hebben water nodig. Vogels gebruiken water bovendien om te badderen en hun verenkleed te verzorgen. Een ondiepe waterschaal kan daarom al een waardevolle toevoeging zijn. Zorg er wel voor dat dieren er veilig bij kunnen en dat kleine dieren er ook weer uit kunnen komen. 

Wil je meer doen? Dan kun je bekijken of een vijver of een andere waterpartij in het tuinontwerp past. Water biedt niet alleen mogelijkheden om te drinken. Een geschikte vijver kan ook leefgebied vormen voor amfibieën, zoals kikkers en salamanders. Libellen en waterjuffers zijn eveneens afhankelijk van water voor hun voortplanting.

Ook vochtige grond heeft een functie. Sommige vogels gebruiken modder voor hun nestbouw en bepaalde bijensoorten hebben vochtige aarde nodig om nestmateriaal te verzamelen. Water hoeft dus niet uitsluitend een decoratief element te zijn. Bij een doordacht ontwerp kan het ook bijdragen aan de ecologische waarde van de tuin.

5 Variatie: combineer verschillende soorten groen

Wil je zoveel mogelijk verschillende dieren een plek bieden? Zorg dan voor variatie in de inrichting en de beplanting. Elk dier stelt verschillende eisen aan hun leefomgeving. De ene soort heeft behoefte aan zon en open grond, terwijl de andere juist schaduw, dichte begroeiing of vochtige plekken nodig heeft. Combineer daarom bijvoorbeeld:

  • Bomen en struiken met vaste planten.
  • Hoge beplanting met lage begroeiing.
  • Bloeiende planten met soorten die bessen of zaden vormen.
  • Zonnige plekken met schaduwrijke delen.
  • Open grond met dichte beplanting.
  • Verzorgde borders met een klein, wat ruiger hoekje.

Ook de keuze voor verschillende plantensoorten is belangrijk. Een gevarieerde beplanting biedt doorgaans meer verschillende voedsel- en schuilmogelijkheden dan een tuin met slechts enkele soorten. Inheemse planten kunnen daarbij een belangrijke rol spelen, omdat veel inheemse insecten en andere dieren ermee zijn verbonden. Dat betekent niet dat iedere plant in een tuin inheems moet zijn. Het gaat om een doordachte combinatie die past bij de plek, het ontwerp en de ecologische doelen.

Een diervriendelijke tuin hoeft niet wild te zijn

Misschien denk je bij een tuin vol dieren aan een verwilderde tuin met veel hoge grassen, rommelige borders en weinig bestrating. Maar dat hoeft helemaal niet. Ook een moderne, strakke of luxe tuin kan ruimte bieden aan biodiversiteit. Denk aan een helder lijnenspel met gevarieerde borders, een haag die beschutting biedt, een boom die voedsel en nestgelegenheid ondersteunt en een waterpartij die ook ecologische waarde heeft.

Zelfs in een kleine tuin kun je bewuste keuzes maken. De ruimte is misschien beperkt, maar door goed na te denken over de beplanting, beschutting en het gebruik van materialen, kun je de tuin aantrekkelijker maken voor dieren.

Daarbij draait het niet om zoveel mogelijk natuurlijke elementen toevoegen. Het draait om de juiste keuzes op de juiste plek.

Een levende tuin begint bij het ontwerp

Een tuin waarin mensen én dieren zich thuis voelen, begint bij een ontwerp waarin verschillende functies samenkomen.

De beplanting speelt daarin een belangrijke rol. Welke planten passen bij de bodem en de hoeveelheid zon? Wanneer bloeien ze? Bieden ze nectar, stuifmeel, zaden of vruchten? Welke structuur geven ze aan de tuin, ook buiten het bloeiseizoen?

Door deze vragen al in de ontwerpfase mee te nemen, ontstaat een tuin die niet alleen mooi is om naar te kijken, maar ook meer mogelijkheden biedt voor het leven om ons heen. Als ecologisch tuinontwerper en beplantingsspecialist kijk ik graag naar die samenhang. Niet vanuit één vaste tuinstijl, maar vanuit de mogelijkheden die een plek biedt.

Want of je nu droomt van een strakke moderne tuin, een romantische groene oase of een luxe tuin met heldere lijnen: met bewuste keuzes in het ontwerp en de beplanting kun je ook de natuur een plek geven.

Footnote: Schroom niet om contact op te nemen, als je denkt, dat je geen tijd hebt voor alle ‘natuur’ dingen en tuinklussen. Ik begrijp volkomen de levensfase van een jong gezin. (Echt hoor, ik kan mij die tijd nog goed herinneren, was blij als ik in de avond een uur voor mezelf had).  Dan kijken we gewoon wat er wel mogelijk is om de tuin zo diervriendelijk in te richten met een bloeiboog. Iedere plant is er een 🍀.

Leuk voorbeeld van een nieuwbouwtuin voor een jong gezin, zie…